• Fase 1 – Ik oefen mijn tennis skills

In de eerste fase werken de kinderen aan een aantal basisvaardigheden. Zonder de aandacht van deze “skills” is het lastig om op de juiste wijze over de tennisbaan te bewegen en inzicht te krijgen in de skills die nodig zijn omdat je met tennissen te maken hebt met een bewegend object en afmetingen van de baan. Denk hierbij aan balansoefeningen, rennen, springen, gooien en rollen. Belangrijk om te weten is dat dit vaak oefeningen zijn zonder racket! Maar O zo belangrijk als opstap naar het spelletje!

  • Fase 2 – Ik beweeg al in alle tennisrichtingen.

De  afmeting van een rode baan op de eigen helft is 6 x 5,5 meter. Mede door de afmeting van de baan en gebruik van een langzame en grote bal zal er veel zijwaarts bewogen worden door de kinderen. Zijwaarts bewegen, wenden, keren, overstappen etc. zijn belangrijke skills in deze fase om steeds meer met een racket aan de slag te gaan en zodoende goed uitkomen voor de bal.

  • Fase 3 – Racket en de bal worden vriendjes.

In deze fase gaan we steeds meer gebruik maken van het racket. Het racket is geen onderdeel van het lichaam dus het is lastig om iets te controleren wat in het begin nog vreemd is. Met een 2e object “de tennisbal” vergt dit nog meer uitdaging laat staan als deze in beweging komt (de aankomende bal). Gaandeweg wordt dit als steeds natuurlijker ervaren en worden het racket en de bal “vriendjes”.

  • Fase 4 – Ik oefen rally’s met mijn maatje.

De kinderen zijn steeds meer eigen met racket en bal en dus is het tijd om de eerste drie fases te gaan combineren. Ze oefenen ralley’s. Het heen en weer slaan van de bal. Hier krijgen ze voor het eerst te maken met een maatje aan de overkant van het net die ook van invloed is op het spelletje. Al zijn de kinderen op deze leeftijd nog vooral met zichzelf bezig en met wat er aan hun eigen kant van de baan gebeurd. De kinderen gaan zich door het oefenen van rally’s steeds meer een tennisser voelen!

  • Fase 5 – Ik leer de tennisregels.

Uiteindelijk is het de bedoeling dat de kinderen wedstrijdjes gaan spelen. Dit doen we pas als de kinderen er klaar voor zijn en al meerdere fases hebben doorlopen. In deze fase leren de kinderen de basis tennisregels. Een paar voorbeelden, in en uit, eerste en tweede service zonder stuit en schuin serveren. Tegen in plaats van met iemand spelen is erg spannend en ook nog eens verliezen is moeilijk voor sommigen.

Fase 6 – Ik leer serveren.

In deze fase leren de kinderen het serveren (in het spel brengen van de bal). Dit kan in de beginfase onderhands zonder stuit. In een iets verder stadium leren de kinderen bovenhands serveren. De service bovenhands slaan wordt een meerwaarde voor de kinderen bij hun wedstrijden. De richting van de bal is immers dan neerwaarts en kan met meer snelheid gespeeld worden. In deze fase oefenen ze stapsgewijs de bovenhandse service waarbij een ingekorte versie voldoende is in tenniskids rood.

  • Fase 7 – Ik oefen wedstrijden.

In deze fase is het de bedoeling dat de kinderen meerdere fases combineren en toepassen in het spelen van wedstrijden. Ook is er veel aandacht voor de puntentelling. In rood is de wedstrijd tot de 7 punten. Ze krijgen tools aangereikt om de stand te onthouden. Hardop tellen, knijpers op het net of streepjes zetten in de baan.

  • Fase 8 – Ik gebruik in mijn rally de hele baan.

Nu de kinderen gewend zijn om punten te spelen en al “korte” rally’s spelen gaan ze de hele baan gebruiken. Ze bewegen veel van links naar rechts, schuin naar voren en terug naar het midden. Dit is nodig om steeds op de juiste plek te staan om de bal goed terug te kunnen slaan. De kids moeten in staat zijn om vanuit iedere plek op de baan de aankomende bal te halen zonder dat deze twee keer stuit.

  • Fase 9 – Ik ontwikkel FairPlay.

Onder FairPlay verstaan we meer dan alleen eerlijk zijn tijdens het spelen van punten in een training of een wedstrijd.
In deze fase leren de kinderen de gehele omgangsregels op en buiten de tennisbaan. Voorbeelden zijn: Verspil geen tijd. Wees op tijd op de les en voor een wedstrijd.  Snel ballen rapen en goed luisteren tijdens de uitleg.
Draag tenniskleding, neem je materialen mee naar de les of wedstrijd. (Tas, racket, gevulde bidon, toftennis spelerskaart).
Toon respect voor je trainingsmaatjes en tegenstanders in wedstrijden, maar ook voor de materialen die je gebruikt en de club waarvan je lid bent of te gast. Moedig je teamgenoten/maatjes aan en biedt hulp wanneer ze het nodig hebben. Ook respect voor jezelf valt onder FairPlay. Wie de omgangsregels goed kent straalt meer zelfvertrouwen uit op en rond de tennisbaan.

  • Fase 10 – Ik oefen netspel.

Door de verhouding in de afmetingen op een rode baan spelen de kinderen al vaker een volley/smash. De afstand vanaf de achterlijn tot het net is vrij kort. Bij hoge of hardere aankomende ballen kiezen de kinderen al snel om de bal niet te laten stuiten. Onbewust een volley/smash dus. In deze fase ontdekken de kinderen dat het soms heel handig en leuk is om bewust naar het net te gaan en een volley/smash te slaan om een punt te scoren.